Kodachrome
HET WEB, 27 mei 2002 - Dreigend uitsterven.
Neveneffect van de teloorgang van de dia is het dreigende uitsterven van Kodachrome, volgens velen nog steeds de mooiste diafilm aller tijden.
De kleuren zijn onovertroffen, het zwart is echt zwart, en een print van 1.20 bij 1.80 meter geeft nog vrijwel geen korrel te zien.
The National Geographic Magazine is op Kodachrome gebouwd.
Het procédé werd tussen 1917 en 1935 stapsgewijs uitgevonden door de Amerikaanse amateurfotografen (annex beroepsmusici) Leopold Mannes en Leopold Godowsky - eerst in badkamers en keukens, later met hulp van investeerders in een hotelkamer op Broadway, en de laatste jaren bij Kodak in Rochester.
Alle andere diafilms (en kleurennegatieffilms) krijgen bij de fabricage hun kleurstoffen mee: na belichting worden ze geactiveerd tijdens het ontwikkelprocédé.
Kodachrome is een zwartwitfilm met drie lagen: de onderste reageert alleen op blauw licht, de middelste op groen en de bovenste op rood. Bij ontwikkeling wordt eerst de roodgevoelige laag ontwikkeld (maar niet gefixeerd) tot een negatief zwartwitbeeld. Direct daarna loopt de natte film langs een felle rode lamp, en verdwijnt vervolgens in een bad met de kleurstof cyaan, de complementaire kleur van rood.
Alle zilverbromidemoleculen die bij de opname niet door rood licht werden geraakt, worden cyaankleurig op de dia. Dan doen een blauwe lamp en gele verf (complementair van blauw) hetzelfde met de blauwgevoelige laag. Resteert de groengevoelige laag, die zonder verdere belichting mangaan (complementair van groen) geverfd kan worden. Mannes en Godowsky wisten niet goed hoe het anders zou moeten.
Ooit stonden er wereldwijd tientallen Kodachrome laboratoria; nu zijn het er nog maar vier. In een enorm pand bij Lausanne, met Kodak erop en zicht op besneeuwde Alpen, staan Europa's laatste drie ontwikkelmachines voor Kodachrome-64 en Kodachrome-200 diafilms, en de laatste ter wereld voor Kodachrome-4O superacht smalfilm. Chef Kodachrome René Agassis vertelt dat hij nog een miljoen diafilms per jaar ontwikkelt. Hij garandeert dat zijn bastion zal blijven functioneren en dat Kodak de films zal blijven maken - maar schrikt wel als hij hoort dat Kodachrome in Nederland nu alleen nog op bestelling te koop is.
De machines zijn vijf meter lang, één hoog en een halve meter breed. Langs reeksen wielen gaan de diafilms - vooraf met z'n vijftigen achter elkaar geplakt - op en neer, door dertien baden. De bakken verf zijn duidelijk herkenbaar, de twee lampen maken deze doka zo mogelijk nog merkwaardiger. Agassis vertelt hoe extreem nauw hun frequentie luistert, en hoe zijn mensen hier elke ochtend om vier uur beginnen met een paar uur baden testen en proeffilms ontwikkelen.
En zelfs Agassis weet niet hoe je de chemicaliën exact moet samenstellen. Dat weet alleen Sandro Marchili - inderdaad, als enige in Europa. "Het kost een jaar of vier studie voor je het hele Kodachrome procédé kent", verduidelijkt hij, bladerend door het honderden pagina's dikke boek waar het precies in staat. Aan de muur hangt een vereenvoudigd schema waar je duizelig van wordt.
Eigenlijk zou Kodachrome op de Werelderfgoedlijst van de UNESCO moeten komen, maar Agassis herinnert aan een bestaansreden die zo'n drastische maatregel misschien niet nodig maakt: "Geen fllm is zo tijdbestendig. Andere dia's verbleken na enkele tientallen jaren, maar Kodachromes veranderen nooit."
Uit: NRC Handelsblad Produkt & Techniek dd. 27 mei 2002
Terug naar Kodak PhotoCD pagina
04-07-2007 11:48